<< Terug naar artikels
Arbitrage en bemiddeling
- 19 -
augustus
2016

De testamentuitvoerder



Wil men zeker zijn van de goede uitvoering van zijn testament, dan kan men een testamentuitvoerder aanduiden. Deze persoon is in de meeste gevallen een familielid of goede vriend(in), maar kan ook een vrederechter, notaris, advocaat,... zijn. Minderjarige kinderen of onbekwame personen kunnen deze rol niet vervullen (art. 1028 en 1030 BW), maar er kunnen wel meerdere personen worden aangewezen (art. 1034 BW).

De testamentuitvoerder wordt een lasthebber: hij dient te waken over de naleving van het testament, de laatste wil van de testator. Zijn rol is daartoe beperkt: de ergenamen immers, en niet de testamentuitvoerder, worden bij overlijden van de testator automatisch eigenaar van de nalatenschap (‘le mort saisit le vif’).

Terecht wordt zijn rol vaak verward met die van de vereffenaar. Maar dat is hij niet. Hij is de vertegenwoordiger van de testator, en doet het nodige om de legaten uit te keren (bv. roerende goederen te gelde maken, infra). Hij is daarentegen niet gehouden tot betaling van het passief, of tot het beheer van de nalatenschap (bv. door de gelden te beleggen).

 

Hoe?

De testamentuitvoerder kan enkel worden benoemd in een geschrift dat voldoet aan de vormvereisten die ook worden bestaan voor een testament: eigenhandig geschreven (of door een notaris uitgetypt) met vermelding van naam en datum en met handtekening. Het document zelf moet niet verplicht door de notaris worden opgesteld of daar in bewaring worden gegeven.

 

Uitvoering van het testament

Werd een testamentuitvoerder aangewezen, bij naam of door vermelding van de functie (bv. de vrederechter te Brugge), dan dient de testamentuitvoerder zijn benoeming te aanvaarden of te weigeren. Dit kan uitdrukkelijk of stilzwijgend gebeuren.

In geval van aanvaarding start meteen de voornaamste taak van de testamentuitvoerder: hij dient te waken over de correcte uitvoering van het testament. Hij moet de laatste wil van de testator in realiteit omzetten, zelfs als die indruist tegen de wil van de legatarissen. Hij kan dus schuldvorderingen invorderen en legaten voldoen, maar niet het passief uitbetalen.

 

Om zijn taak te vergemakkelijken, heeft hij in principe een bezitsrecht over de roerende goederen van de nalatenschap (art. 1026 BW). Dit bezitsrecht kan de testator eveneens uitdrukkelijk toekennen, hoewel beperkt tot maximaal 1 jaar en 1 dag. Die periode is niet verlengbaar, al kunnen de belanghebbenden wel akkoord gaan dat de duur van de werkzaamheden van de testamentuitvoerder worden verlengd. Het hoeft geen betoog dat dit bezitsrecht (‘saisine’) de taak van de testamentuivoerder aanzienlijk vergemakkelijkt. Zonder saisine is hij immers sterk afhankelijk van de meewerkendheid van andere partijen.

Het bezitsrecht slaat daarentegen niet op onroerende goederen, en evenmin op de vruchten van de nalatenschap (ontstaan na overlijden van de testator). De wetgever heeft dit zo voorzien om misbruiken te vermijden.

 

Zo hij dit nodig acht, kan de testamentuitvoerder beschikken over (een deel van) het vermogen van de testator. Zijn er niet voldoende gelden beschikbaar om te legaten uit te keren, dan kan hij dus roerende goederen verkopen (art. 1031 BW). Althans met instemming van de erfgenamen, want zij zijn eigenaar van de goederen. Blijft die toestemming (onterecht) uit, dan kan hij zich wel door de rechtbank doen machtigen.

Hier stelt de rechtsleer zich de vraag of de testamentuitvoerder eveneens onroerende goederen kan verkopen. De wet voorziet immers slechts de mogelijkheid om roerende goederen te gelde te maken. Gezien de benoeming van een testamentuitvoerder afwijkt van het gemene recht, neigt de meerderheid van de auteurs de verkoop van onroerende goederen uit te sluiten. Er bestaan evenwel gevallen waar de rechtspraak de testamentuitvoerder wel die bevoegheid toestond.

 

In diezelfde lijn dient benadrukt dat de testamentuitvoerder de schulden van de nalatenschap niet kan voldoen. Al gebeurt dit in de praktijk wel eens, bijvoorbeeld wanneer in zijn handen beslag wordt gelegd of hij facturen ontvangt in navolging van de uitvoering van zijn taak (bv. de testator vroeg uitdrukkelijk ook de begrafenis te organiseren en de factuur wordt hem toegezonden).

 

Daarnaast heeft de testamentuitvoerder ook enkele verplichtingen (art. 1031 BW):

  • Hij dient in ieder geval een boedelbeschrijving van de goederen op te (laten) maken in het bijzijn van de erfgenamen;
  • Zijn er minderjarige, onbekwame of vermoedelijk afwezige ergenamen betrokken, dan dient hij de nalatenschap te laten verzegelen, en;
  • Één jaar na het overlijden van de testator, dient hij rekening en verantwoording af te leggen voor zijn beheer (voor het geval hij bezitsrecht had over de activa).

 

Vergoeding van de testamentuitvoerder en zijn kosten

Artikel 1034 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt uitdrukkelijk dat de kosten die gemaakt zijn voor de verzegeling, de boedelbeschrijving, de rekening en verantwoording, alsook de verdere uitgaven in verband met de werkzaamheden van de testamentuitvoerder, ten laste komen van de nalatenschap.

De Vlaamse Belastingsdienst (Vlabel) sprak zijn op 8 februari 2016 specifiek uit over de vergoeding van de testamentuitvoerder. Hen inziens kan deze niet worden aanvaard als passief van de nalatenschap omdat het noch een schuld van de erflater, noch een begrafeniskost betreft.

Zij specifiëren dat indien de vergoeding meer dan 5% van de waarde van de beheerde (roerende) goederen bedraagt, de vergoeding te beschouwen valt als een legaat en alsdus belastbaar is in hoofde van de testamentuitvoerder.

 

Einde van de opdracht

Wanneer het testament volledig is uitgevoerd, neemt de opdracht van de testamentuitvoerder logischerwijze een einde. Dit is eveneens het geval wanneer de testamentuitvoerder (om ernstige redenen) zijn ontslag geeft, hij door de rechtbank wordt afgezet of hij komt te overlijden. In dat laatste geval nemen de erfgenamen van de testamentuitvoerder, owv het intuitu personae karakter van het mandaat, zijn plaats niet in (art. 1032 BW).1


1 Voor meer informatie: DE VOGELAERE, T., 'Het testament: enkele basisbeginselen', afdeling 5: de testamentuitvoerder, Larcier, 2015.