<< Terug naar artikels
Starten als zelfstandige
- 13 -
maart
2015

Je eigen zaak starten



1.       Éénmanszaak of vennootschap?

 

Zelfstandig worden kan op 2 manieren: als natuurlijk persoon waarbij de activiteit wordt uitgeoefend buiten het kader van een arbeidsovereenkomst of ambtenarenstatuut, of via een vennootschap. Er zijn aan beide zowel voor- als nadelen verbonden, die samenhangen met de (oprichtings-)formaliteiten, het beheer en de organisatie, de financiële risico’s en de fiscaliteit.

 

Natuurlijke persoon (éénmanszaak)

Vennootschap

Geen bijzondere formaliteiten voor de start

Vereist een minimumkapitaal, bankattest mbt de geblokkeerde rekening, financieel plan en authentieke akte (muv de CVOA)

Alles berust bij 1 persoon: alle investeringen worden door die persoon gedaan, en de zaak eindigt bij zijn overlijden/ziekte

Meerdere personen (kunnen) zijn betrokken: zowel aandeelhouders (investering) als bestuurders/zaakvoerder (beheer)

Eenvoudige boekhouding

Meer uitgebreide boekhouding

De zelfstandige staat met zijn hele vermogen onbeperkt in voor de zaak (muv de bescherming van de gezinswoning).1 Het vermogen van de echtgenoot wordt idealiter dus afgeschermd door een huwelijkscontract (scheiding van goederen)

Afhankelijk van de vennootschapsvorm – bij de NV, BVBA en CVBA is het privé-vermogen afgeschermd – kan het financieel risico aanzienlijk worden ingeperkt 2

Fiscaal minder interessant (personenbelasting), alsook een minder voordelig sociaal statuut

Fiscaal aantrekkelijker schema (winst wordt belast in de vennootschapsbelasting)


2.       Verschillende vennootschapsvormen

 

De oprichtingskosten en het financieel risico zal in veel gevallen doorslaggevend zijn bij het maken van de keuze tussen een eenmanszaak en vennootschap. De verschillende vennootschapsvormen met rechtspersoonlijkheid (muv de Comm.V. en VOF) zijn de volgende:

- een Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid of BVBA;

- een Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid of CVBA;

- een Coöperatieve Vennootschap met Onbeperkte Aansprakelijkheid of CBOA;

- een Naamloze Vennootschap of NV, en;

- een Commanditaire Vennootschap op Aandelen (Comm. VA).

 

 

De verschillen zijn in grote lijnen de volgende:

 

 

 

Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid (BVBA)

Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid (CVBA)

Coöperatieve Vennootschap met Onbeperkte Aansprakelijkheid (CVOA)

Naamloze Vennootschap (NV)

Commanditaire Vennootschap op Aandelen (Comm. VA)

Oprichters

Minimum 1

Minimum 3

Minimum 3

Minimum 2

Minimum 1 stille (beperkt aansprakelijke) en 1 beherend vennoot

Minimum-kapitaal

Minimum 18.550 euro 3

Minimum 18.550 euro

Geen minimum

Minimum 61.500 euro

Minimum 61.500 euro

Minimum volstort

1/5 per aandeel met minimum 6.200 euro (of 12.400 euro in geval van een éénpersoons-BVBA)

Een vierde per aandeel met minimum 6.200 euro

Volledig

Een vierde per aandeel met minimum 61.500 euro

Een vierde per aandeel met minimum 61.500 euro

Bestuur

1 of meer zaakvoerders voor bepaalde of onbepaalde duur (statutair4 of niet)

1 of meer bestuurders voor bepaalde of onbepaalde duur

1 of meer bestuurders voor bepaalde of onbepaalde duur

Minimum 3 bestuurders, (her)benoembaar voor 6 jaar

Minstens 1 vennoot-zaakvoerder

Financieel plan

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Aandelen

Op naam

Op naam

Op naam

Op naam of gematerialiseerd

Op naam of gematerialiseerd

Aandelen-overdracht

Wettelijk en statutair beperkt

Vrij tenzij statutair beperkt

Vrij tenzij statutair beperkt

Vrij tenzij statutair beperkt

Vrij tenzij statutair beperkt

Rechtspersoonlijkheid

Volkomen

Volkomen

Onvolkomen: alle vennoten blijven persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk

Volkomen

Onvolkomen: beherende vennoten blijven persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk

 

3.       Basisvereisten

Ongeacht of men de zelfstandige activiteit via een vennootschap of als natuurlijk persoon uitoefent, zal aan bepaalde voorwaarden dienen te zijn voldaan. De meest voor de hand liggende zijn dat de persoon die de zelfstandige activiteit uitoefent, een meerderjarige moet zijn die zijn burgerrechten geniet (en dus niet veroordeeld zijn tot een criminele straf) en wettelijk geschikt is een handelsactiviteit uit te voeren. Bovendien moet hij basiskennis hebben over bedrijfsbeheer en - afhankelijk van de activiteit - ook zijn beroepsbekwaamheid moeten aantonen of specifieke vergunningen moeten aanvragen. Bepaalde vreemdelingen hebben tenslotte een beroepskaart nodig.

 

3.1. Basiskennis bedrijfsbeheer

Wie als zelfstandige start en zich wil inschrijven bij het KBO (infra), hetzij als natuurlijke persoon of via een vennootschap, moet een basiskennis bedrijfbeheer kunnen voorleggen. Dit kan door een diploma of bewijs van beroepservaring (bv. arbeidsovereenkomsten) mee te sturen. Dergelijk bewijs is evenwel niet vereist voor:

  • Ondernemingen groter dan een KMO; 5
  • Ondernemingen die geen handels- of ambachtsactiviteiten uitoefenen;
  • Ondernemingen die intellectuele diensten verlenen zoals fiscalisten;
  • Ondernemingen met een activiteit die onderworpen is aan specifieke voorwaarden op dit vlak, zoals verzekeringsmakelaars of vervoer­ van personen of goederen);
  • Ondernemingen voor directe verkoop;
  • Overnemers van een bestaande zaak (gedurende één jaar), en;
  • Overnemers van een zaak, na het overlijden van het ondernemingshoofd.

In het geval van een éénmanszaak moet de zelfstandige, zijn/haar echtgenoot of wettelijke partner, een werknemer met een contract van onbepaalde duur of een meewerkend familielid die kennis bewijzen. In het geval van een vennootschap, zal het de persoon zijn die het dagelijks bestuur op zich neemt.

 

3.2. Beroepsbekwaamheid

Voor bepaalde beroepen is bovendien een bewijs van beroepsbekwaamheid vereist. Het bewijs kan bestaan uit een akte, attest van voldoende praktijkervaring of door het afleggen van een examen bij de Centrale Examencommissie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De persoon die de technische leiding heeft over de zaak zal dit moeten aantonen, maar hij/zij kan iemand anders zijn dan de persoon die de basiskennis bedrijfsbeheer heeft.

De gereglementeerde beroepen waarop wordt gedoeld zijn ingedeeld in verschillende activiteitssectoren:

  • Bouw en elektrotechniek;
  • Personenverzorging, opticiens, dentaaltechnicussen en begrafenisondernemers;
  • Fietsen en motorvoertuigen;
  • Slager-groothandelaars;
  • Installateur-frigoristen;
  • Droogkuiser-ververs;
  • Restaurateurs of traiteur-banketaannemers, en;
  • Brood- en banketbakkers.


3.3. Beroepskaart

Startende zelfstandigen die niet de Belgische, EER of Zwitserse nationaliteit hebben, dienen een beroepskaart aan te vragen. Dit kan enkel voor vreemdelingen die recht op verblijf in België hebben en ook de meerwaarde van het project voor België kunnen aantonen. Dat laatste zal bijvoorbeeld het geval zijn als er sprake is van jobcreatie, een financiële investering, er wordt beantwoord aan een economische behoefte of de export wordt bevorderd, of knowhow of cultuur naar het land wordt gebracht.

 

3.4. Vergunningen en erkenningen

Voor de uitoefening van sommige activiteiten is een vergunning of specifieke erkenning van de sector nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval voor:

  • Alle handelaren die een zaak uitbaten waar voedingsmiddelen worden gemaakt, in de handel gebracht of ingevoerd. Zij hebben een vergunning nodig van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), dienst Eetwareninspectie;
  • Het uitbaten van een slachthuis, reisbureau of huwelijksbureau;
  • Het uitoefenen van bepaalde intellectuele beroepen zoals vastgoedmakelaars en bedrijfsrevisoren;
  • Foorkramers en andere ambulante activiteiten (huis-aan-huisverkoop ed) die een leurkaart nodig hebben dat kan worden bekomen aan het ondernemingsloket;
  • Aannemers die een erkenning nodig hebben om overheidsopdrachten te kunnen uitvoeren.


4.       Bankrekening

Alvorens de zelfstandige activiteit te kunnen starten dient een geblokkeerde rekening te worden geopend bij een financiële instelling. Deze rekening wordt nadien enkel voor de zaak gebruikt, en het rekeningnummer zal steeds op alle documenten (brieven, facturen,...) moeten worden vermeld.

 

5.       Registraties

Alvorens te kunnen starten, zullen verschillende stappen dienen te worden genomen. Het gaat vooreerst over de oprichting van de vennootschap (of niet), de inschrijving in de Kruispuntbank der Ondernemingen, een ondernemingsloket en sociaal verzekeringsfonds, en de BTW registratie. Men zal zich ook dienen in te schrijven in het ziekenfonds en de nodige verzekeringen moeten afsluiten.

 

5.1. Oprichting vennootschap

De meeste vennootschapsvormen dienen te  worden opgericht voor de notaris.  Hij/zij zal de oprichtingsakte voorbereiden die volgende gegevens, aangeleverd door de klant, zal omvatten:

  • de naam en rechtsvorm van de vennootschap;
  • het adres van de maatschappelijke zetel;
  • de datum;
  • de identiteit van de personen die gemachtigd zijn om de vennootschap te besturen en vertegenwoordigen, alsook die van de bestuurder, de directeur of de zaakvoerder belast met het dagelijks bestuur;
  • de datum van ontbinding of vermelding dat de vennootschap voor een onbepaalde tijd is opgericht;
  • het begin en einde van het boekjaar alsook de datum van de jaarlijkse algemene vergadering,en;
  • het bedrag van het maatschappelijk kapitaal.


De documenten die daarenboven zullen worden gevraagd zijn het financieel plan, het bewijs van de geblokkeerde rekening waarop het startkapitaal werd gestort en/of het verslag van een revisor in geval van een inbreng in natura.

De notaris zal na het verlijden van de akte, de nodige stappen nemen voor de neerlegging op de griffie van de Rechtbank van Koophandel (binnen de 15 dagen). Die datum is van belang omdat de vennootschap die dag rechtspersoonlijkheid verwerft. Bovendien wordt zo ook de oprichtingsakte tegenstelbaar aan derden, en verkrijgt de vennootschap een ondernemingsnummer. De griffier zal op zijn beurt zorgen voor de publicatie van de akte in het Belgisch Staatsblad.

De notaris zal de oprichtingsakte eveneens binnen de 15 dagen registreren in het registratiekantoor van de FOD Financiën. Niemand kan dan nog het bestaan van de vennootschap betwisten (vaste datum).

 

5.2. Inschrijving in het ondernemingsloket

Alle commerciële of ambachtelijke ondernemingen of natuurlijke personen die dergelijke activiteit uitoefenen, dienen zich in te schrijven bij één van de 8 erkende ondernemingsloketten.

De ondernemingsloketten hebben de volgende taken:

  • Nagaan of de zelfstandige aan alle bovenvermelde vereisten (basiskennis bedrijfsbeheer ed) voldoet;
  • De zelfstandige assisteren bij het afwikkelen van alle formaliteiten omtrent vergunningen en erkenningen. Het ondernemingsloket kan deze ook in naam van de zelfstandige aanvragen, maar dit zal dan een betalende dienst zijn;
  • Inschrijving van de onderneming, indien nodig, in de Kruispuntbank van Ondernemingen alsok het afleveren van het KBO-uittreksel; 6
  • Innen van de verschuldigde rechten voor rekening van de Schatkist, en;
  • Informeren van en algemene bijstand aan zelfstandigen.


Voor de inschrijving zullen volgende documenten moeten worden voorgelegd:

  • De maatschappelijke en commerciële naam van de onderneming, alsook de rechtsvorm;
  • Het adres waar de activiteit wordt uitgeoefend;
  • Het ondernemingsnummer;
  • De persoonlijke gegevens van de oprichter(s);
  • De datum van de aanvang van de activiteit;
  • De publicatiedatum van de oprichtingsakte in het Belgisch Staatsblad;
  • Het bewijs van basiskennis bedrijfsbeheer en beroepsbekwaamheid, de bijzondere vergunningen en beroepskaart, indien nodig;
  • Een uittreksel van de statuten en een attest beheermandaat.


5.3. BTW-identificatie

BTW is een belasting over de toegevoegde waarde die bij elke transactie van het productie- of distributieproces wordt gecreeerd. Elke schakel in de keten zal dus BTW-plichtig zijn:

Op het einde van de rit zal de BTW-plichtige het verschil tussen de BTW die hij kan terugvorderen (de BTW die de producent aan de verkoper van de stof betaalde) en de BTW die hij moet betalen, overmaken aan de Schatkist.

In beginsel is elke persoon die op vaste basis de levering van goederen of diensten verricht, BTW-plichtig. Dit is ook het geval wanneer dit slechts aanvullend of zonder winstoogmerk wordt gedaan. Er zijn uiteraard uitzonderingen; artsen betalen bijvoorbeeld geen BTW.

De registratie gebeurt op het BTW-kantoor van de plaats waar de activiteit wordt uitgevoerd, of via het ondernemingsloket. Dit dient ten laatste 1 maand na de start van de activiteit te gebeuren.

 

5.4. Ziekenfonds en verzekeringen

Er bestaat een eigen socialezekerheidsstelsel en een eigen sociaal statuut voor:

  • De zelfstandige natuurlijke persoon;
  • De bezoldigde lasthebber, werkend vennoot of bestuurder/zaakvoerder van een vennootschap;
  • De helper (vanaf zijn 20 jaar tenzij hij nog kinderbijslag ontvangt) die de zelfstandige natuurlijke persoon bijstaat buiten een arbeidsovereenkomst om doch niet op occasionele wijze, en;
  • De echtgenoot of wettelijke partner die minstens 90 dagen per jaar meehelpt met de zelfstandige en geen inkomsten ontvangt uit een andere beroepsactiviteit of als vervangingsinkomen.
     

Zij moeten zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen, zelfs al wordt de zelfstandige activiteit slechts in bijberoep uitgeoefend, en dit ten laatste op de dag van de start van de activiteiten. Gebeurt deze aansluiten niet tijdig, dan zal het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) de zelfstandige automatisch aansluiten bij de Nationale Hulpkas voor Zelfstandigen. Wordt de activiteit uitgeoefend via een vennootschap, dan zal ook die laatste afzonderlijk dienen te worden ingeschreven.

Per kwartaal zullen dan sociale bijdragen, berekend op basis van het inkomen, verschuldigd zijn. De zelfstandige geniet dan bepaalde rechten:

  • Gezinsbijslagen, zijnde kraamgeld (of adoptiepremie), maandelijkse kinderbijslag en andere voordelen zoals de leeftijdsbijslag;
  • Ziekte- en invaliditeitsverzekering die bepaalde medische kosten 7 en arbeidsongeschiktheid (vanaf de tweede maand ziekte) dekt;
  • Moederschapsverzekering voor vrouwelijke zelfstandigen en meewerkende echtgenoten (6 weken moederschapsvergoeding na de bevalling);
  • Pensioen, en;
  • Recht op een faillissementsverzekering die inhoudt dat de zelfstandige in geval van faillissement 1/ tijdelijk een uitkering ontvangt en 2/ gedurende maximum 1 jaar zijn ziekteverzekering en recht op kinderbijslag behoudt.
     

5.5. Personeel aanwerven

Wil de zelfstandige personeel aanwerven, dan zal hij zich moeten inschrijven als werkgever bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en ook electronisch aangifte van tewerkstelling moeten doen (Dimona). 8 Een sociaal secretariaat kan hierbij optreden als mandataris van de werkgever bij het RSZ. 9 Hun diensten zijn betalend maar niet verplicht.

 

5.6. Overzicht

Oprichting onderneming

 


1 Wanneer de gefailleerde zelfstandige (natuurlijke persoon) evenwel verschoonbaar – ttz hem geen fout wort toegewezen – wordt verklaard, dan kan hij niet worden aangesproken voor schulden die na het faillissement onbetaald bleven.

2 Indien de bestuurder/zaakvoerder evenwel een fout kan worden verweten die het faillissement in de hand werkte, dan hij mogelijks persoonlijk worden aangesproken voor een deel van de schulden. Idem dito voor oprichters indien de vennootschap al van in den beginne onvoldoende middelen had om de voorgenomen activiteit op een normale wijze uit te oefenen (aftoetsing van het financieel plan).

3 Het is mogelijk een starters-BVBA op te richten met slechts 1 euro kapitaal. Gezien nadien toch het volledig kapitaal dient te worden volstort, is het financieel risico evenwel dezelfde.

4 Een statutaire zaakvoerder is bijna onafzetbaar omdat zijn ontslag een statutenwijziging vereist.

5 Kleine en middelgrote ondernemingen zijn die ondernemingen die aan alle onderstaande voorwaarden voldoen: 1/ het aantal personeelsleden is lager of gelijk aan 50 werknemers op jaarbasis, 2/ maximaal 25% van de aandelen en effecten is in handen van andere vennootschappen dan de KMO en 3/ de omzet is lager of gelijk aan 7.000.000 euro, of de totale balans is niet hoger dan 5.000.000 euro.

6 De Kruispuntbank der Ondernemingen (KBO) is een register dat alle identificatiegegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden bijhoudt. De informatie van de administratie, RSZ, het rijksregister van rechtspersonen en het handelsregister wordt zo gecentraliseerd.

7 De zelfstandige is verplicht zich te verzekeren tegen grote risico’s zoals ziekenhuiskosten. Hij/zij kan zich aanvullend en facultatief verzekeren bij een ziekenfonds voor kleine risico’s zoals doktersbezoeken. Sinds 1 juli 2006 zijn zelfstandigen die voor het eerst een zelfstandige activiteit uitoefenen en gepensioneerde zelfstandigen die de inkomensgarantie genieten, zijn evenwel gratis verzekerd voor zowel kleine als grote risico’s.

8 Bij vertrek van een personeelslid zal de RSZ eveneens moeten worden ingelicht.

9 Zij kunnen ondermeer assisteren bij het berekenen van de lonen en premies, het opstellen van arbeidsovereenkomsten, de aansluiting bij een kinderbijslagfonds en jaarlijkse vakantiekas, het opmaken van de aangiftes voor bedrijfsvoorheffing,...